Kaneel is de specerij die een keuken in een seconde verandert. De geur alleen al — warm, zoet, licht kruidig — roept iets op wat voelt als thuis. Maar kaneel is veel meer dan een smaakmaker voor je appeltaart of chai. Het is een van de oudste en best onderzochte medicinale specerijen ter wereld, en de wetenschap bevestigt wat kruidengeneeskundigen al duizenden jaren weten.
Kaneel wordt al meer dan 4.000 jaar gebruikt - in het oude Egypte als conserveermiddel, in de Bijbel als heilige olie, in de Chinese geneeskunde als remedie voor kou en spijsverteringsproblemen. Arabische handelaren hielden de herkomst ervan eeuwenlang geheim om de waarde te beschermen. Een pond kaneel was ooit meer waard dan een maandloon. Vandaag de dag staat kaneel gewoon in je keukenkastje - maar de kracht ervan is niet verdwenen.
Wat is kaneel precies?
Kaneel komt van de binnenbast van bomen uit het geslacht Cinnamomum. Er zijn twee belangrijke soorten die je tegenkomt:
Ceylon kaneel (Cinnamomum verum) — ook

