Wie weleens bami goreng, nasi goreng of saté heeft gegeten, kent het waarschijnlijk wel: een klein schaaltje frisse, knapperige groenten met een lichtzoetzure smaak. Dat is atjar. Dit kleurrijke bijgerecht zorgt voor een heerlijk contrast met kruidige Indonesische gerechten en is al jarenlang geliefd in zowel de Indonesische als de Nederlandse keuken.
Hoewel veel mensen atjar kennen van de afhaalchinees of het Indonesische restaurant, is het verrassend eenvoudig om zelf te maken. Bovendien bestaan er veel verschillende soorten atjar, elk met hun eigen groenten en smaakaccenten. In deze gids ontdek je wat atjar precies is, welke kruiden erin horen, hoe je het maakt en waarom het zo goed past bij bami, nasi en andere Aziatische gerechten.
Wat is atjar?
Atjar, ook wel geschreven als acar, is een verzamelnaam voor zoetzuur ingelegde groenten. Het gerecht vindt zijn oorsprong in Indonesië, waar het al eeuwenlang wordt gegeten als frisse tegenhanger van rijk gekruide maaltijden.
Door groenten

